bloedafname zwangerschap

Bloedonderzoek aan het begin van de zwangerschap

Bij iedere zwangere vrouw vind aan het begin van de zwangerschap een bloedonderzoek plaats. Hiermee wordt o.a je bloedgroep, de rhesus factor, HB en nog wat dingen getest. Sommige verloskundige controleren ook het bloedsuikergehalte bij de controles.  Het bloedonderzoek wordt standaard gedaan, maar natuurlijk bepaal jij of je het wel of niet wilt laten doen. 

Hieronder lees je wat er onderzocht wordt en vooral ook waarom. Wil je bepaalde onderzoeken niet laten verrichten, geef dit dan duidelijk aan bij je verloskundige. Realiseer je wel dat het niet voor niets is dat deze onderzoeken worden gedaan. Het is voor de gezondheid van je baby belangrijk dat bekend is of er afwijkingen in je bloed aanwezig zijn. Bijvoorbeeld het HIV-virus. Als niet bekend is dat je hiermee besmet bent, dan is de kans dat je je baby besmet 30%. Is het wel bekend dat je besmet bent, dan kan door medicijnen en eventueel een keizersnede dit risico op besmetting van je baby worden teruggebracht tot minder dan 1%.

De uitslag van het bloedonderzoek is meestal met één week bij de verloskundige. Je krijgt de uitslag te horen bij de volgende controle, tenzij er iets afwijkends wordt gevonden. Worden er afwijkingen gevonden in je bloed, dan zal je verloskundige je bellen en een afspraak met je maken om uitleg te geven over de consequenties van deze afwijking.

Waar kan je op getest worden

Hieronder lees je dus wat er onderzocht wordt en vooral ook waarom. Uit het bloedonderzoek kan het volgende worden afgelezen:

Bloedgroep bepaling 

De vier meest bekende bloedgroepen zijn A, B, AB, of O. Het is belangrijk om je bloedgroep te bepalen in de zwangerschap omdat het kan voorkomen dat je een bloedtransfusie nodig hebt, bijvoorbeeld na de bevalling. Als je bijvoorbeeld bloedgroep A hebt dan is het belangrijk dat je ook bloed krijgt toegediend van dezelfde bloedgroep. Je lichaam accepteert namelijk geen bloed van een andere bloedgroep. Iemand met bloedgroep A maakt antistoffen tegen bloedgroep B en andersom. Iemand met bloedgroep O maakt antistoffen tegen bloedgroepen A en B. Alleen iemand die bloedgroep AB heeft maakt geen antistoffen tegen bloedgroepen. Zou je een verkeerde bloedgroep toegediend krijgen dan zorgen de antistoffen in je bloed er dus voor dat het toegediende bloed weer afgebroken wordt.

Rhesusfactor en irregulaire antistoffen

Naast je bloedgroep A, B, AB of O hebt, ben je rhesus positief(+) of negatief(-). 84% van de Nederlandse bevolking is Rh+ en behoeft verder geen onderzoek. Maar als je Rh- bent dan moet er in de loop van de zwangerschap nog een keer bloed worden afgenomen. Ook wordt er gekeken of je geen andere antistoffen tegen bloedgroepen hebt, bijvoorbeeld door een eerdere bloedtransfusie of zwangerschap. Irregulaire antistoffen komen gelukkig niet vaak voor, maar kunnen je kind ernstig ziek maken.

Hepatitis B 

Hepatitis B is een ernstige leverziekte (geelzucht) die wordt overgedragen door bloed-bloedcontact of via contact met andere lichaamsstoffen zoals slijm. De ziekte kan seksueel worden overgedragen. De ziekte wordt veroorzaakt door een virus en is niet te genezen. Je kunt met het virus besmet zijn zonder er jarenlang één enkele klacht van te hebben, maar het virus kan er ook voor zorgen dat je ernstig ziek wordt. Als je eenmaal besmet bent, blijf je het virus je hele leven bij je dragen.

Als een zwangere besmet is met het hepatitis B-virus dan is de kans groot dat ze het virus overdraagt op haar baby tijdens de bevalling. Het virus kan niet door de placenta, dus in de zwangerschap kan het kind niet besmet worden. Besmetting van het kind kan voorkomen worden door het kind na de geboorte een aantal malen te vaccineren. De eerste prik moet gegeven worden binnen 2 uur na de geboorte, daarna krijgt het kind herhaalvaccinaties op de leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden. Het medicijn voor de eerste vaccinatie moet in huis zijn bij 37 weken zwangerschap en in de koelkast bewaard worden. De verloskundige dient de vaccinatie toe in het bovenbeen van de baby binnen 2 uur na de bevalling.

Wordt er tijdens de zwangerschap ontdekt dat de vrouw besmet is met het hepatitis B-virus dan is het belangrijk om andere gezinsleden ook te controleren. Gezinsleden die (nog) niet besmet zijn, moeten zo spoedig mogelijk gevaccineerd worden om besmetting in de toekomst te voorkomen. Het hepatitis B-virus is een zeer besmettelijk virus.

Lues (syfilis) 

In de volksmond wordt dit ook wel syfilis genoemd. Lues is een Seksueel Overdraagbare Aandoening (SOA). Je kunt besmet zijn met lues zonder er op dat moment klachten van te hebben. Lues is overdraagbaar op de baby, zowel tijdens de zwangerschap als tijdens de geboorte en kan, bij besmetting van de baby tijdens de zwangerschap, leiden tot het overlijden van de baby in de baarmoeder. Word een baby besmet tijdens de bevalling, dan is het risico op ernstige ziekte van de baby groot. Het is dan ook van het allergrootste belang om bij alle zwangeren te controleren of men besmet is (geweest) met lues. Ben je ooit besmet met lues, dan blijft dit levenslang aantoonbaar in je bloed, ook al ben je goed behandeld en heb je nu nergens meer last van.

Tijdens het bloedonderzoek in het begin van de zwangerschap wordt bij 0,1 tot 0,6% van de zwangeren in Nederland een positieve lues-reactie gevonden. In ongeveer de helft van de gevallen berust die positieve reactie op een foute uitslag van het bloed en is er niets aan de hand. Van de andere helft berust het overgrote deel van de positieve uitslagen op een eerder doorgemaakte en behandelde lues infectie. Deze eerder doorgemaakte infecties (die juist behandeld zijn) leveren geen gevaar op voor de baby. Slechts een klein deel berust op een actieve vorm van lues en behoeft behandeling. Om te achterhalen of de positieve uitslag berust op een fout, een eerder doorgemaakte infectie of een actieve infectie is het nodig om verder bloedonderzoek te doen. Mocht je geconfronteerd worden met een positieve uitslag van de luestest, schrik dan nog niet meteen. De kans is groot dat het om een fout positieve (verkeerde) uitslag gaat of om een eerder doorgemaakte infectie. In beide gevallen levert dit geen gevaar op voor de baby. Mocht (na vervolgonderzoek) blijken dat het toch om een recente infectie gaat, dan kan met medicatie worden voorkomen dat de baby in de baarmoeder of tijdens de geboorte besmet raakt. Bij een recente infectie wordt ook de partner verzocht om aan een bloedonderzoek mee te werken om te kijken of je partner ook geïnfecteerd is.

HIV (AIDS virus) 

Alleen als je zelf nadrukkelijk aangeeft niet op HIV getest te willen worden, zal dit niet worden gedaan. HIV is een SOA (seksueel overdraagbare aandoening). Bijna alle zwangere vrouwen die met HIV besmet zijn, zijn dat via heteroseksueel contact. Het is heel belangrijk om te weten of een zwangere vrouw besmet is met HIV omdat de kans op overdracht naar de baby met therapie verlaagd kan worden tot ongeveer 1%. Het risico op overdracht van moeder op kind is het grootst tijdens de baring, tijdens de zwangerschap is besmetting van het kind heel klein en vindt normaal gesproken niet plaats voor het derde trimester (vanaf 26 weken). Zwangeren die seropositief zijn (dus HIV hebben), krijgen medicatie in de zwangerschap. Nadat de medicatie gestart is, wordt regelmatig gekeken of de hoeveelheid HIV-virus (titer) daalt in het bloed. Als de medicatie goed aanslaat, is het virus niet meer aantoonbaar in het bloed van de moeder. In dat geval mag een zwangere, indien gewenst, thuis bevallen. Borstvoeding wordt afgeraden omdat het kind via borstvoeding besmet kan worden. Blijft het virus in de zwangerschap aantoonbaar in het bloed van de zwangere, dan is een keizersnede aanbevolen.

Als een zwangere vrouw met HIV niet behandeld wordt, is de kans 25% dat ze het virus op enig moment in de zwangerschap of tijdens de bevalling overdraagt op haar kind. Als de vrouw borstvoeding geeft, neemt dit risico nog eens met 12% toe. Je kunt besmet zijn met HIV zonder hier klachten van te hebben. Als je verhoogd risico hebt gelopen (wisselende seksuele contacten zonder gebruik van condoom (jij of je partner) intraveneus drugsgebruik (spuiten), bloedtransfusie in Nederland tussen 1980 en 1985 of een bloedtransfusie in een land waar AIDS vaak voorkomt) is bij een besmetting het virus pas na 3 maanden aantoonbaar in je bloed. Heb je net voor je eerste bezoek aan de verloskundige een verhoogd risico gelopen, geef dit dan aan want dan is het nodig om (bij een negatieve test= geen HIV) de test nog eens te herhalen na 3 maanden om er absoluut zeker van te zijn dat je niet besmet bent.

Hb Hemoglobinegehalte

Aan het HB kan gezien worden of je bloedarmoede hebt. Het is normaal dat je Hb daalt tijdens de zwangerschap. Bij het standaard bloedonderzoek van de eerste controle wordt ook je Hb gecontroleerd. Rond de 30-32 weken is je Hb het laagst, daarna stijgt het weer iets. Alles over je Hb lees je bij bloedarmoede.

Bloedsuikers

Sommige verloskundigen controleren tijdens het standaard bloedonderzoek van de eerste controle ook de bloedsuikers. Dit is om te controleren of je misschien suikerziekte hebt zonder hier klachten van te hebben. Echte zwangerschapssuiker (suikerziekte die buiten de zwangerschap niet bestaat) ontstaat pas na de 20e week van de zwangerschap. Sommige verloskundigen controleren standaard op zwangerschapssuiker rond de 24e week van je zwangerschap, anderen doen dit alleen als er sprake is van klachten die kunnen wijzen op zwangerschapssuiker. Zwangerschapssuiker kan worden aangetoond door het controleren van de urine met een stickje, maar dit is lang niet zo betrouwbaar als het controleren van de hoeveelheid glucose (suiker) in het bloed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *